C’est la Vie (2017) gastrecensie

C'est la vieNa intouchables hadden filmmakers Olivier Nakache en Éric Tolédano een grote uitdaging. De grootste franse bioscoophit aller tijden evenaren was namelijk niet makkelijk. Die grote druk leek hen ook te veel te worden wanneer je de opvolger Samba zag. Er werd net iets teveel geprobeerd een soort 2e Intouchables te maken, wat uiteraard nooit slim is. Die film was prima, maar haalde het niet bij zijn voorganger. Voor hun nieuwste film tappen ze daarom uit een ander vaatje, C’est la vie biedt echter wel twee zaken die ook de 2 ander genoemde film hadden, namelijk plek voor een lach en een traan.

In C’est la vie volgen we Max (Jean-Pierre Bacri), die een bedrijf runt dat bruiloften van A tot Z organiseert voor haar klanten. Het toneel van deze bruiloft is een middeleeuws kasteel met al zijn voor- en nadelen. Voeg een groot personeelsbestand met komische types toe aan een klant die werkelijk het bloed onder iedereen zijn nagels vandaan haalt en je hebt een goed uitgangspunt voor een feel good film. Met dat woord kan je deze film dan ook prima typeren, de film is namelijk echt leuk. Onder het oppervlak keren natuurlijk ook hier maatschappelijke thema’s terug: Zo zijn de allochtone medewerkers precies de mensen die niet op de loonlijst staan én zijn er veel culturele verschillen zichtbaar, waar het duo ook in de eerder genoemde films succes mee boekten. Het blijft echter wel vooral aan de oppervlakte, waardoor je geen enkel karakter (op Max na) leert kennen. Ook zijn de grappen soms wel erg gemakkelijk, wat het niet minder leuk maakt overigens.

Het sterke van C’est la Vie is het collectief. Het ensemble aan acteurs werkt goed samen en vorm een grappige en soms ontroerende dynamiek. Ook zitten er een paar erg sterke scenes in de film, zoals een scene wat voor de vrij irritante bruidegom een letterlijk hoogtepunt moet worden. Het is dan ook het samenspel tussen de karakters, de setting, de goed geschreven grappen en menselijke aspecten die van C’est la Vie een film maken die zeker de moeite waard is en waarmee het duo regisseurs laat zien dat ze zeker geen eendagsvlieg zijn.

Advertentie